2e klas middelbare school, 2005. Ik had met mijn Chasin Denim shirt, AXE Dark Temptation deodorant en tot mijn navel opgetrokken Bjorn Borg onderbroek inmiddels behoorlijk indruk gemaakt op Elise. Ze schreef me een destijds meer dan terechte valentijnskaart die ze afsloot met ‘ik zal áltijd voor je klaar staan.’ Het liep anders.

Valentijnsdag 2006
Na 4 maanden aan puberale overmoedigheid maakte ze een transfer naar de 3 jaar oudere Richard die wél een Yamaha Aerox scooter had. Ze zijn altijd samen gebleven. Elise en Richard zijn net als ik in dezelfde middelgrote stad met rapportcijfer 6 blijven hangen. De contouren van ons verdere leven in een nieuwbouwwijkje vol oplaadpalen en duurzame speeltoestellen zijn dus al wel zo’n beetje uitgetekend. Contact hebben we niet meer, maar de belofte ‘Ik zal áltijd voor je klaar staan’, stond. En ik had haar nodig. Dus ik belde haar op. Dochter (6) nam op en na wat gerommel op de achtergrond kreeg ik haar aan de lijn. ‘Ha Elise’, zei ik. ‘Ik vond tijdens het opruimen je kaartje van Valentijnsdag 2006. Nu is dit de situatie:

  • Ik heb weinig tijd en veel tuinafval dat weg moet
  • Jij zou altijd voor mij klaar staan
  • Richard heeft een aanhanger


Jij of Richard mag het vanmiddag komen ophalen. De poort staat open.’ En dan krijg je dus een reactie als: ‘Jeetje, Henny. Ik moest eerlijk gezegd even graven in mijn geheugen. Maar we zijn 16 jaar en 3 kinderen verder, ik vind het (met alle respect) een vreemd telefoontje. Kijk, en dát stoort me. Vaak worden je allerlei zoetsappige woorden toebedeeld die zogenaamd gelden tot in de eeuwigheid. Maar wat zijn ze achteraf waard? Ik hoop dus dat jullie zorgvuldig je woorden hebben gewogen vorige week met Valentijnsdag. Want het kan zomaar zijn dat je 16 jaar later een onverwachts telefoontje krijgt. En dan moet je er gewoon staan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *